Bart Mos: ‘Ik bijt me vast in grote graaier-zaken’

In alle ernst vraagt ‘Maserati-man’ Hubert Möllenkamp me: ‘Heb ik je moeder ooit uit huis gezet, dat je zo achter me aan blijft zitten?’ Ik schiet in de lach, dit is hilarisch. Een andere hoofdrolspeler van de Rochdale-affaire zegt tegen mijn collega dat hij gas zou geven als hij mij op een zebrapad zou zien. Dat vind ik wat minder grappig. Het is tekenend dat zij mijn artikelen zien als een persoonlijke hetze. Zelfreflectie is ze vreemd. Zonnekoninggedrag, van topmannen die zich omringen met ja-knikkers en nooit worden tegengesproken. Berouw tonen ze niet, ze vinden dat ze niet fout zitten. Mij gaat het om de onthulling, wat gaat er schuil achter die marmeren gevels? Dat moet in de krant.

Deze smeergeldaffaire, die afgelopen donderdag een ontknoping kreeg met een veroordeling tot 2,5 jaar cel voor Möllenkamp, staat al zeven jaar op mijn agenda. De tip komt van een man die bij de moord op vastgoedman Endstra een kogel in zijn been kreeg. Volgens hem heeft Hubert Möllenkamp een ongezonde belangstelling voor gepantserde auto’s en duistere figuren. De man ruikt onraad als Möllenkamp hem een droomdeal aanbiedt van twee Bijlmerflats, zo gunstig, dat er een addertje onder het gras móet zitten. Ik pluis informatie uit, Möllenkamp flest de boel en rooft de tent leeg. Het schoolvoorbeeld van de corrupte topman binnen een woningcorporatie.

Directietafel

Ik heb een interview met hem. Al na mijn eerste vraag verheft Möllenkamp zich uit zijn zetel, slaat met de vlakke hand op die enorme directietafel en buldert: “Jij liegt, jij liegt! Dat zweer ik op het graf van mijn overleden vrouw.” Wie zegt nou zoiets? En ik stel alleen maar een vraag! Fraudeurs en oplichters zijn vaak flamboyante mannen, hem vind ik een nare, platte Amsterdammer.

Terwijl de strafzaak al loopt, tippen zijn ‘vrienden’ uit het Spaanse Altea me dat hij op de terrassen van yachtclubs de bloemetjes buitenzet. Hij sjeest rond in een dikke Mercedes-cabrio, met mijn huur-Fiatje houd ik hem amper bij. Te meer omdat hij automatisch door de tolpoortjes racet en ik steeds een kaartje moet trekken. Op het snapshot dat ik maak staat een dikke lantaarnpaal op de voorgrond.

Ik bijt me vast in grote graaier-zaken als deze. Ik krijg veel telefoontjes en mails van kleine ondernemers die hun pensioentje zagen verdampen door malafide beleggingsclubs waarvan de bestuurders zichzelf verrijkten. Ik heb te veel sjoemelende accountants gezien, de beroepsgroep van wie je alleen maar keurigheid verwacht. Financiële tussenpersonen vertrouw ik persoonlijk geen van allen meer, vooral niet degenen die zich zo joviaal in lokale sportclubjes inwerken. Eén keer sprak ING-bank opluchting uit dat de heer Mos niet bij de presentatie van de halfjaarcijfers kon zijn. Nee, blij zijn ze niet met me.

Concurrenten willen De Telegraaf wel eens afdoen als alleen uit op sensatie. Je hoort ze er nooit over dat de grootste fraudezaken door ons aan het licht zijn gebracht. De molens van justitie draaien tergend traag, het is mijn taak om ze aan te blazen.

Medelijden

Van advocatenbrieven kijk ik na de eerste van Moszkowicz, Moszkowicz & Moszkowicz, niet meer op. Al ben ik verbijsterd door een deurwaarder die bij mij thuis van mij persoonlijk anderhalf miljoen komt eisen. En er is een failliet beleggingsfonds dat maar tegen mij blijft procederen. Het zal wel.

Hoe langer de zaak Möllenkamp loopt hoe meer tipgevers zich melden. Mensen voelen zich vrijer om hun mond open te doen. Ik weet inmiddels haast meer van zijn zaak dan hijzelf.

Voldoening voel ik niet als ik Hubert Möllenkamp bij een eerdere zitting voor de rechter zie. Tig kilo kwijt, een schim van zichzelf, in een pak dat drie maten te groot om hem heen slobbert. Anderhalf uur lang zit hij zover voorover gebogen, dat zijn voorhoofd bijna het tafelblad raakt. Medelijden? Nee, dat vind ik te klef. Maar hij wordt in zijn hemd gezet, zijn hele doopceel wordt gelicht. Lullig. Maar terecht. Heel terecht.

https://youtu.be/GKjI_0yz5Hs

 Gijzeling

Nadat Justitie collega Joost de Haas en mij in 2006 vier dagen – tevergeefs – liet gijzelen opdat wij onze bron in de AIVD-affaire zouden prijsgeven, ben ik veel tipgevers kwijtgeraakt. Ze waren bang getapt en afgeluisterd te worden. Mijn nieuws droogde tijdelijk op.

Maakte ik maar een olijk stukje over een bende doodshoofdaapjes in de Apenheul die peuters uit hun wandelwagens trok voor de koekkruimels op de zittinkjes. Had ik nog lol in ook. Collega’s ook. ‘Mos gaat van staatsgeheim naar kruimeldief’, grapten ze. Maar de gijzeling bracht me ook nieuwe bronnen, juist omdát ik die zo goed afschermde.

Het mooiste is het als er, zoals bij de ING-bank, recht uit de bestuurskamer wordt gelekt. Kan ik meeschrijven met wie wat zegt. Koningsdrama’s, bestuurders die elkaar pootje haken, daar profiteer ik van.

Bart Mos, onderzoeksjournalist De Telegraaf

Volg Bart Mos ook op Twitter

Meest recente berichten

Recente reacties

    Archief

    Marie-Thérèse Roosendaal Geschreven door:

    SCHRIJF ALS EERSTE EEN REACTIE

    Geef een reactie

    Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *