Mick van Wely: ‘Ineens zit hij naast me op de bijrijdersstoel’

Een fractie van een seconde dwalen mijn gedachten af, en páts, het portier wordt opengerukt en hij zit naast me op de bijrijdersstoel. Ik schrik me helemaal kapot. Met dit lid van een motorbende heb ik een afspraak op de parkeerplaats van een fastfoodrestaurant. Alert als altijd, heb ik de hele tijd om me heen en in de zijspiegels gekeken. Dit gebeurt er dus als ik ook maar heel even niet op mijn qui vive ben. Een hartverzakking. Breed grijnzend vult de man mijn halve auto.

Moeder

’s Avonds belt de moeder van een geliquideerde man. Drugscircuit, doodgeschoten op straat. Het is een keurige dame, ze is het beu dat de politie niet met antwoorden komt. Ze móet weten wat er met haar zoon gebeurd is en overweegt zelf het circuit in te duiken. Begrijpelijk, maar onverstandig. Ik kan het haar gelukkig uit het hoofd praten, hoe lastig het ook is, ze moet geduld hebben.

Ik praat met uiteenlopende bronnen, eet een broodje met een rechercheur, zit bij een rechtszaak en lunch met de advocaat van één van de verdachten en maak een praatje met een forensisch specialist. Vrijblijvend, ik vis niet alleen maar naar nieuwtjes, ik steek mijn voelsprieten uit naar wat er écht speelt. Wie is wie, het is belangrijk dat in kaart te krijgen.

Vrienden

Mijn werk bestaat voor vijftig procent uit netwerken. Ook met criminelen. Dat valt me niet zwaar, want doorgaans zijn het bon vivants. Maar het moet wel zakelijk blijven. Vrienden ben ik met niemand, een goede relatie is wel belangrijk, dat geldt voor alle contacten. Ik ben maar één keer nadrukkelijk, vanuit de recherche, gewaarschuwd dat ik op moest passen voor één man. Dat maakt me niet bang, nee, dat triggert juist mijn nieuwsgierigheid. Want hoezo niet? Alle partijen weten dat ik 100% betrouwbaar ben, ik houd me aan afspraken. Maar natuurlijk zijn politie en justitie soms niet blij als ik met een primeur kom, en de drugsscene niet als ik een zenuw blootleg.

Rechercheur

Gek, maar ik denk wel eens dat ik een goede crimineel zou zijn, als ik zie door welke domme fratsen zij door de mand vallen… Maar ik heb er geen zin in om de rest van mijn leven over mijn schouder te kijken. En nee, ik heb ook geen ambitie politieman te worden. Het is juist mooi dat ik de volle breedte van de misdaadwereld versla en onafhankelijk ben.

Ik hang als het ware boven de partijen. Als ik een tip krijg over een cold case of een gruwelijke zedenzaak, kan het zijn dat ik informatie doorspeel aan de politie, ik ga niet constant zelf rechercheur spelen. Dat is mijn taak niet, ik moet lezers vertellen wat er loos is.

Slakkengang

Zaken die ertoe doen, zitten tot in de kleinste details in mijn kop. Maak me om drie uur ’s nachts wakker, en je kunt me overhoren. In dit vak moet je je eigen gevoel uitschakelen. Al sta ik er in zedenzaken of kindermoorden soms wel anders in. Vaak bel ik nabestaanden, of ik stuur na een jaar een kaartje.

Ooit stond ik met een moeder aan het graf van haar vermoorde kind, ze had al eerder een kindje verloren. Ze praatte heel vrolijk tegen ze, en tegelijk in details over de moord. Dat raakte me diep. Ik betrapte me zelf erop dat ik met een slakkengang naar huis reed over de snelweg, 80 kilometer per uur, waar ik 120 mocht. Van steen ben ik niet.

Meest recente berichten

Recente reacties

    Archief

    Marie-Thérèse Roosendaal Geschreven door:

    SCHRIJF ALS EERSTE EEN REACTIE

    Geef een reactie

    Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *