Jaap de Groot: ‘Ik moet het gras ruiken!’

Op dit moment lopen wij allemaal met kleur op de wangen. En niet door de zon. Olympische Spelen, EK atletiek, Wimbledon, Formule1, Tour de France, de start van de nieuwe voetbalcompetitie. De Sportzomer, daar draait het om voor Telesport-verslaggevers. Als ik vroeger op de krant kwam na weken Olympische Spelen, zeiden ze: ‘Neem lekker twee weekjes vrij, Jaap!’ Maar dat had ik helemaal niet nodig, in het werk had ik zoveel positieve energie opgedaan.

Honkbal

Sport ís het leven. Het omvat alles: politiek, entertainment, economie, financiën. De eerste stappen richting vrede tussen Amerika en Cuba werden bij het honkbal gezet. Zat ik in Seoel bij de vredesvoetbalwedstrijd tussen Noord- en Zuid-Korea, 65.000 goedwillende mensen die hun hart lieten spreken, blij herenigd te zijn. Maar dan was er ook die dictator aan de ene kant en daar tegenover Zuid-Koreaanse industriëlen die er geen trek in hadden een van de armste landen ter wereld te adopteren. Dan zie ik hoe het werkt in de wereld. Daarom is voetbal inmiddels veel meer dan die 22 man op het veld.

‘Kroef’

Veertig jaar geleden, toen ik begon, stond ik met blocnote en balpen voor de kleedkamerdeur van FC Utrecht. Nu maken we video’s voor Telesport TV, schrijven nieuwsberichten voor online, voor de app. Een 24/7-estafette waarin de papieren Telegraaf vooralsnog de eerste loper is.

Ik ben een playing captain. Mijn werk bestaat voor 65% uit managen, in de rest van de tijd wil ik aan het front zitten. Ik moet het gras ruiken. Of benzine. Zoals toen Max Verstappen in Barcelona zijn eerste grand prix won. Ik ga niet na-filosoferen, maar het voelde alsof het zo had moeten zijn. Al een jaar eerder vroeg een taxichauffeur in Barcelona me waar ik vandaan kwam. En bij het antwoord zei hij meteen ‘Max Verstappen!’ Idioot, want decennia lang viel dan steevast de naam ‘Kroef’.

Toen ik begin maart bij Johan Cruijff was, trainde Max op het Circuit de Catalunya. Ik vroeg Johan, die altijd gefascineerd was door jongeren, of hij mee wilde. Het werd een memorabele ontmoeting tussen die twee. Bij de overwinning van Max in mei, uitgerekend op die plek, viel alles samen voor me. De ene grootheid had het stokje doorgegeven aan de ander.

Berlusconi

Ik heb nooit idolen gehad, op mijn jongenskamertje hing vroeger niet één poster. Op mijn werkkamer nu één, van toen nog Cassius Clay, de bokser die touwtje springend een persconferentie deed en de antwoorden nog op rijm gaf ook. Inspirerend! Maar ik kijk niet op tegen mensen, ik respecteer en waardeer ze, en soms leer ik van ze.

Ook van Silvio Berlusconi, van wie ik een internationale documentaire heb gemaakt. Ik trok toen dagen samen met hem op. Iedereen mag iets van hem vinden, maar hij was wel een visionair die als eerste sport durfde te verbinden aan cultuur, entertainment en politiek. Iemand die dankzij de sport voor mij benaderbaar is. Daardoor ben ik ook een paar keer op Downing Street 10 geweest. Eerst bij premier John Mayor en later bij Tony Blair. Geïntroduceerd door Gary Lineker en Sebastian Coe, toen de Britten bezig waren om de organisatie van het WK voetbal en de Olympische Spelen binnen te halen.

Medailles

Maar uiteindelijk gaat het om de sporters. Om Kiki, om Max, om Dafne. Persoonlijkheden die het Nederlands elftal op dit moment in de schaduw zetten. Ik verwacht dat wij met al onze talenten in Rio veel medailles gaan binnenhalen. Een mooi vooruitzicht. Met mooie verhalen voor de krant, heel veel nieuws op telesport.nl en ons dagelijks videojournaal Telesport Rio, waar geen eurobloc voor zit en dat overal ter wereld te zien is. Vandaar die blos op onze wangen!

 

Meest recente berichten

Recente reacties

    Archief

    Marie-Thérèse Roosendaal Geschreven door:

    SCHRIJF ALS EERSTE EEN REACTIE

    Geef een reactie

    Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *