Marijn Jongsma: ‘Woorden zijn wapens’

Een push-berichtje, bomaanslag in Brussel. Prompt gevolgd door nóg eentje. Ik ben al onderweg naar de krant. Een groot deel van onze verslaggevers zit op dit ene onderwerp. Elk snippertje nieuws gaat meteen online. Gaandeweg de dag brainstormen we wat er in de papieren krant gaat, waarmee  we ons een dag later kunnen onderscheiden.

Kroketten

Met Brussel komt de terreur voor mij heel erg dichtbij. Als correspondent heb ik er jaren gewoond en gewerkt. Ik herken de plekken op de foto’s, normaal zo vredig, nu vol paniek. In die metro zat ik regelmatig. Dat het voor iedereen een lange dag wordt, zoveel is zeker. Met kroketten uit de kantine als avondmaal.

Twee pieken in één week. Brussel, en daarna Johan Cruijff. Momenten waarop de redactie op scherp staat, momenten waarop ik erbij wil zijn. De belangstelling voor de mediawereld zat er al jong in. Mijn wieg stond bijna letterlijk boven de drukpers, in de uitgeverij van mijn ouders. Op regenachtige zaterdagen maakte ik met een vriendje mijn eigen krant. Een lokale editie met bijvoorbeeld aanrijdingen, en een internationale. Dan verzon ik dat president Li Ping – die naam bedacht ik ook – van China was overleden. Heel gewichtig: ‘Gisteren is in Peking…’

Onzichtbaar

Aan het ontbijt ben ik onzichtbaar voor mijn gezin. Ik zit achter de krant, of gebogen over de iPad, ook als ik de avond ervoor de prints van alle pagina’s heb gezien. Nu lees ik het van A tot Z, meer als een lezer. Maar ik kijk ook hoe wij het nieuws hebben, hoe de anderen het brengen, wat er beter kan.

Het referendum over het associatie-akkoord met Oekraïne kwam voor niemand als een verrassing. Toch was het voor de papieren krant tot het laatste moment spannend. Pas laat kwamen de definitieve opkomstpercentages, zou de drempel worden gehaald? We moesten alle verhalen hierover tot het laatste moment openhouden. Missers op de mat willen we niet.

Knopen

Nieuws maken en brengen, het is een proces dat altijd doorgaat. Knopen doorhakken. Waar openen we morgen mee, wat zetten we op pagina twee en drie, wat brengen we nu online? Discussies vullen de ochtend- en middagvergadering. Verfrissend hoe de chef sport tegen de Panama Papers aankijkt, heel anders dan de kunstredacteur. Met elkaar krijgen we oog voor andere invalshoeken. Saai is het nooit, er wordt veel gelachen, de humor is snel. Journalisten zijn eigenwijs en speels met taal. Woorden zijn wapens.

En allemaal hebben ze hun eigen voorkeur. Ik moet er ook voor waken mijn eigen stokpaardjes – zoals financiën – te vaak naar voren te schuiven. De krant is breed. Politiek moet erin, én sport, én misdaad, én entertainment. Een schandaal over belastingontduiking is machtig interessant, maar dat katje dat kwijt was en na zes jaar weer opduikt, moet ook in de krant. Ik heb altijd de lezer voor ogen, wat wil díe weten. Mijn 87-jarige moeder, een trouwe lezer, zit in mijn achterhoofd, net als mijn 17-jarige zoon. Wat willen zij lezen en is het begrijpelijk opgeschreven?

Blocnote

Twitter en  Facebook zijn zeer waardevol als nieuwsbron, laptops, tablets en smartphones versnellen ons werk. Toch haal je het echte nieuws alleen maar vis-à-vis. In een confronterende tweespraak met Jan Roos en Jeanine Hennis over het referendum, bijvoorbeeld. Op straat, waar een vrouw zegt dat ze alleen maar vóór stemt om die ‘bloedirritante Jan Roos’ dwars te zitten. Verrassende vragen leveren verrassende antwoorden op. Het hart van De Telegraaf  is en blijft de verslaggever met pen en blocnote.

Meest recente berichten

Recente reacties

    Archief

    admin Geschreven door:

    SCHRIJF ALS EERSTE EEN REACTIE

    Geef een reactie

    Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *