Martin Visser: ‘Mijn portefeuille raakt de portemonnee’

Eén lezer belt me op mijn 06-nummer, geen idee hoe hij dat achterhaald heeft. ‘Meneer Visser, doe me dit niet aan!’ Zo geraakt is de man door mijn column over het afschaffen van seniorendagen. Het helpt hem dat hij zijn hart kan luchten, al worden we het niet eens.

Ouwe lullen-dagen, zoals het in de volksmond heet, het is volkomen achterhaald in deze tijd en dat stip ik regelmatig aan. Nu snap ik best dat dertig jaar achter een bureau goed vol te houden is, maar dat dertig jaar in de metaal een ander verhaal is. Mij raakt het in de toekomst ook. Natuurlijk wil ik ook graag extra vakantiedagen, maar ik schrijf niet voor mezelf.

Illusie

Pensioenen, een ander punt van zorg. Het is een illusie te denken dat het in Nederland goed geregeld is. De 65-plussers van nu beseffen niet hoe goed de meesten van hen het hebben, en dat de pensioenproblemen ook de jongeren hard treffen. Ze zijn heftig verontwaardigd als ze gekort worden. Oudere lezers vinden dat ik het voor hen op moet nemen.

Dat doe ik vooral voor de 55-plussers die hun baan verliezen. Tijdens het Nationale Sail Debat in het Scheepvaartmuseum neem ik het voor het oor van honderdvijftig werkgevers op voor de caissière die na 35 jaar V&D niet meer aan de bak komt. Ik wijs er op dat oudere werknemers veel ervaring meebrengen en dat het aan de ondernemers is om ze via scholing bij de tijd te houden.

Stokpaardjes

Ik ageer net zo gemakkelijk tegen de vakbeweging als tegen de werkgever als tegen het grootkapitaal of de minister. Met mijn column wil ik verrassen en dat kan omdat economie een breed palet is.

De ene keer brand ik los over Europa en staat het in een half uurtje in het scherm. Lezers buitelen over elkaar heen van boosheid als ik zeg dat we de Grieken hun schulden kwijt moeten schelden, ook een van mijn stokpaardjes. De andere keer kruip ik in het hoofd van VNO-NCW-baas Niek Jan van Kesteren. Dan doe ik of ik hem ben en in zijn kantoor achter een kopje thee zit te mijmeren over het polderland en zijn eigen hoofdrol daarbinnen. Erg leuk om te doen, want niemand weet precies waar de scheidslijn ligt tussen zijn echte gedachten en mijn fantasie. Zijn medewerkers vinden het heel grappig.

Dubbelrol

Toen ik Van Kesteren na mijn eerste column over hem tegenkwam, voelde het even ongemakkelijk. Maar hij kon er hartelijk om lachen. Sportief, net als FNV-voorzitter Ton Heerts, die het vaak moet ontgelden. Om eerlijk te zijn weet ik niet of ik er zelf zo luchthartig overheen zou stappen als ik het slachtoffer zou zijn.

Omdat ik én verslaggever én columnist ben, een zeldzame dubbelrol, ben ik altijd aan het balanceren. Mijn gesprekspartners moeten erop kunnen vertrouwen dat ik in een serieus interview een objectieve pet op heb.

Ansichtkaart

Mijn portefeuille raakt rechtstreeks aan de portemonnee van de lezers en dat maakt wat los. Face tot face bij rondleidingen op de redactie, word ik niet uitgejouwd door onze abonnees. Tweets op mijn columns houden me scherp. ‘Deze keer is-ie wat minder, Martin’. Daar ben ik het dan niet mee eens, natuurlijk. Social media zorgen voor een mooie interactie.

Toch was de leukste reactie ooit een heel ouderwetse. Die ging over mijn column van 31 december 2015, een fictief interview met Jetta Klijnsma. De staatssecretaris ontwijkt in die column vragen over pensioenperikelen met aandoenlijke kreten als sakkepietje, allemachies en goeie grutjes. Het was een handgeschreven ansichtkaart met een poesje erop. “Goed gedaan”, schreef een dankbare lezeres. Dat iemand die moeite neemt!

 

 

Meest recente berichten

Recente reacties

    Archief

    Marie-Thérèse Roosendaal Geschreven door:

    SCHRIJF ALS EERSTE EEN REACTIE

    Geef een reactie

    Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *