Raymond Kerckhoffs: ‘Mijn telefoontje was einde Tour voor Rasmussen’

Sta ik privé, met een biertje in de hand, bij de wielercriteria, komen sommige renners spontaan op me af, vaak nog in hun rennersplunje. Zo vlak na de Tour de France, is iedereen helemaal in de relaxstand. Dan is het ‘hé Raymond, moet je horen!’ Zonder schrijfblokje of opnameapparaatje vertellen ze veel meer. Maar off the record ís off the record, daar geef ik voor 100% mijn woord op. Zuur als ik dan een primeur moet laten lopen. Maar daar komt meer voor terug. Als een renner vertelt over irritaties, helpt me dat om latere spanningen binnen een ploeg beter te duiden.

Voelsprieten

Het is mijn taak om de voelsprieten uit te steken. Dat betekent wel dat ik vijf, zes maanden per jaar van huis ben. Ik ben vaak als enige Nederlandse verslaggever bij de minder populaire ronden in Dubai, Oman, Qatar en Australië. Juist ook omdat ik al jarenlang voorzitter ben van de AIJC, de  internationale vereniging van wielerjournalisten, word ik al snel uitgenodigd om bij sommige wedstrijden een kijkje te nemen. Dan bouw je snel een band op en heb ik later tijdens de Tour, tussen honderden journaliste,  een unieke ingang. Zo ben ik bijvoorbeeld vier keer bij Lance Armstrong thuis geweest, Sheryl Crow heeft zelfs de lunch voor me gemaakt. Een salade. Tijdens die dopingaffaires kregen wielerverslaggevers veel verwijten. Ja, wie weet wat? Ik denk juist dat de wielerjournalisten het meest kritisch waren. Nu blijkt dat het er in de atletiek nog extremer aan toe ging.

Scheikundige

Mijn telefoontje naar ploegleider Theo de Rooij was einde Tour de France voor gele truidrager Michael Rasmussen. De eindzege in 2007 kon hij nauwelijks meer mislopen. Een collega van de Deense televisie vertelde mij dat zij ‘s avonds om half tien zouden uitzenden dat Rasmussen gelogen had over zijn trainingsplaats voor de Tour, het was niet Mexico maar Italië. Of ik dat wilde checken bij de ploegleider. Ik belde De Rooij en het enige wat die uitbracht was: ‘oh nee.’ Het mooie is dat Rasmussen mij daarna uit tientallen internationale verslaggevers koos voor zijn eerste interview. Voor mij een bewijs dat er vertrouwen en respect is.

Wielrennen raast voorbij alleen sport en emotie. Met die dopingaffaires was ik een halve scheikundige, door de sponsoring ben ik op economisch vlak bezig, en ik sta ook bij de rechtbank. In 2013 ben ik benoemd tot invloedrijkste persoon in de Nederlandse wielersport. Dat had ik nooit durven dromen toen ik als broekie begon.

Kermis

Als kind was ik gefascineerd door de kermis, stond ik met open mond te kijken als die grote trucks ons Limburgse plaatsje Ubachsberg binnenreden. Tijdens de Amstel Gold Race, was in ons dorp steevast de bevoorrading. Die gekleurde wagens van de ploegen, die opwinding dat er uit niets iets ontstaat. En dat dat het een uur later voorbij is, alles weg, alsof het er nooit geweest is. Zo is het ook bij de Tour de France. Het circus komt een dag langs. Direct na de finish wordt de witte streep al weggepoetst. De karavaan trekt verder, volgende stad.

Twitter

Lig ik de ene dag aan de mondaine Middellands Zeekust, de volgende standplaats is een gehucht in de Pyreneeën. Opstaan om half zeven, wakker worden met De Telegraaf op de iPad, als dat hotelletje al wifi heeft tenminste. Dan een internetfilmpje opnemen over wat er die dag te gebeuren staat, en monteren. Zorgen dat ik twee uur voor de start arriveer, voordat die reclamewagens de boel blokkeren. Door de dag heen twitter ik, onderweg maak ik stukjes voor telesport.nl. Zit ik de ene keer in een museum tussen dure Picasso’s te typen, de volgende analyse maak ik onder tentdoek in de ijzige kou. Sleur wordt het nooit. Voetbalstadions zijn dan toch allemaal hetzelfde, daar gebeurt het tussen vier lijnen. Wielrennen is een heel leven. Een prachtleven.

 

Meest recente berichten

Recente reacties

    Archief

    Marie-Thérèse Roosendaal Geschreven door:

    SCHRIJF ALS EERSTE EEN REACTIE

    Geef een reactie

    Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *